Wat is biofeedback?

Biofeedback is de verzamelterm voor de behandel-/therapievormen waarbij gebruik gemaakt wordt van apparatuur om vormen van spanning in en/of aan het lichaam te visualiseren.

Door het zien van je eigen lichaamssignalen kun je leren om hierop invloed uit te oefenen. Deze invloed op de lichaamssignalen kan dan uiteindelijk tot verandering van klachten leiden.

HOE WERKT BIOFEEDBACK

Iedere vorm van (in)spanning gaat gepaard met meetbare signalen aan het lichaam die iets zeggen over de mate waarin deze spanning verwerkt wordt. Als je te veel stress of inspanning hebt ondergaan kan deze spanning dagenlang of zelfs maandenlang blijven hangen (of juist helemaal wegvallen).

En dat is meetbaar! Zelfs al voordat iemand klachten ontwikkelt door over- of onderspanning. Dit wordt gedaan met biofeedbackapparatuur.

Dit wordt gedaan met hiervoor speciaal ontwikkelde apparatuur die gebruik maken van sensoren. Deze sensoren worden aan het lichaam gekoppeld.

Het aanbod van biofeedback mogelijkheden bestaat uit het meten van diverse lichaamssignalen, te weten:

Hersenactiviteit

⇒ neurofeedback

Spieractiviteit

⇒ myofeedback

Ademhaling en hartslag (Hartritme variabiliteit)

⇒ hartcoherentie en HRV

Huidgeleiding

⇒ vochtigheid

Temperatuur variaties 

⇒ huidtemperatuur

Wat houden de verschillende vormen van biofeedback in?

Er wordt gesproken over ‘biomarkers’:
Hiermee wordt bedoeld dat iedere cel-, molecule-, chemische of fysieke verandering die gemeten wordt daarmee ook gebruikt kan worden om duidelijk te maken wat gezien kan worden als een normaal of abnormaal proces dat zich in het lichaam afspeelt. Het zijn daarmee dus biologische markers die vanuit onderzoek naar voren zijn gekomen bij mensen met dezelfde klachten, die soms kunnen voorspellen hoe ernstig een ziektebeloop zal zijn, of die laten zien of een behandeling werkt of niet.

Met een biofeedback behandeling gaat het dan om het herkennen van patronen die passen bij bepaalde klachten en die daarmee aangeven dat een behandeling met biofeedback kan zorgen voor verandering/ verbetering.

is een behandelmethode waarbij de snelheid van informatieverwerking van de hersenen gemeten en getraind wordt. Uit onderzoek is gebleken dat bepaalde klachten bij verschillende mensen dezelfde soort van patronen laten zien wat betreft de informatieverwerking. Een hersenmeting is nodig om deze patronen zichtbaar te maken. Tevens kan er gebruikt gemaakt worden van biomarkers die passen bij bepaalde klachten. Daarna kan door middel van training/ behandeling de informatieverwerking van de hersenen veranderen. Hierdoor zullen klachten afnemen of verdwijnen.

Een hersenmeting, oftewel een QEEG (Quantitative Electro Encephalogram) betekent dat elektrodes op het hoofd bevestigd worden. Dit kunnen ‘losse elektrodes’ zijn maar dit kan ook door middel van een elektroden cap (een soort badmuts met electroden). Tijdens de prikkeloverdracht tussen de hersencellen komt elektrische lading vrij. Dit wordt opgevangen en omgezet in het QEEG. Daarna wordt door specifieke software de hoeveelheid van een bepaalde hersengolf gemeten. Hierbij gaat het dan om delta-, theta-, alpha-, SMR, beta1-, beta2 en eventueel gamma activiteit.

Een behandeling bestaat uit het trainen van de informatieverwerking van een bepaalde hersengolf die te veel of te weinig aanwezig is op een locatie op het hoofd. De combinatie van bepaalde hersengolf en locatie staan dan in verband met de klachten. De hersenactiviteit wordt (bijna) real time visueel en/of auditief weergegeven en daarnaast wordt er positieve/negatieve feedback toegevoegd door een grensinstelling van de therapeut.

De werking is gebaseerd op training en operante conditionering. Het principe van training zorgt ervoor dat door regelmatige herhaling verandering bereikt kan worden. De operante conditionering betekent dat het brein zichzelf onbewust traint om te veranderen. Hierdoor hoef je als client niet exact te weten hoe een en ander precies werkt. Het brein pakt dit automatisch op na de uitleg van een opdracht.

De duur van de behandeling hangt onder meer af van de aard van de klachten, hoe lang klachten al aanwezig zijn en de leeftijd van de cliënt. Een ouder brein doet er over het algemeen langer over om (gewoonten) te veranderen dan een jong brein. Door de plasticiteit van de hersenen is het in principe wel mogelijk om (vrijwel) elk brein te trainen. Training zorgt ervoor dat het behandeltraject vrij lang kan duren. De hersenen nemen geleidelijk aan de gewenste verandering over en moeten vervolgens leren om dit vast te houden. Het effect van de behandeling wordt geautomatiseerd en dus al vanzelf in het dagelijks leven toegepast.

Het effect van de neurofeedback behandeling is dat veranderingen die bereikt worden zijn te vergelijken met veranderingen die door medicatie plaatsvinden. Het verschil is dat hersenen door middel van neurofeedback de veranderingen, in principe, blijvend vasthouden. Daarnaast is de behandeling pijnloos en zijn er vrijwel geen bijwerkingen. Een beetje hoofdpijn en moeheid zou kunnen.

is een meting middels een sensor aan vinger of oor, die is verbonden met de computer. Hierdoor wordt de hartslag geregistreerd en het hartritmepatroon zichtbaar gemaakt.

Het hart klopt niet helemaal regelmatig: er zitten verschillen in de afstanden tussen de hartslagen. Een gezond hart klopt heel gevarieerd en is goed in staat zich aan te passen aan verschillende omstandigheden. Het verschil in deze hartfrequentie wordt hartritmevariatie (HRV) genoemd en zegt iets over de mate van gezondheid.

Naast de mate van variatie wordt ook gekeken naar de manier waarop de hartfrequentie verandert. Tijdens stress vertoont het hartritme een grillig patroon, het hart reageert op een chaotische manier op interne en externe factoren. Tijdens balans is er een mooi golvend patroon. Dit laatste wordt hartcoherentie genoemd en is een mate voor interne balans tussen lichaam en geest.

Hartcoherentietraining is erop gericht de balans in het autonome zenuwstelsel te herstellen. Hoewel hartcoherentie de mate van stress vermindert, is het niet precies hetzelfde als ontspanning.

Tijdens de fase van coherentie is er vaak sprake van een rustige, heldere, observerende waarneming. Op het computerscherm wordt getoond hoe het ritme van het hart van moment tot moment verandert en wat de invloed van ademhaling, stressoren en emoties is op de variabiliteit

is het fysiologische fenomeen van variatie in het tijdsinterval tussen hartslagen. Het wordt gemeten aan de hand van de variatie in het slag-tot-slag-interval.

Er is belangstelling voor HRV op het gebied van de psychofysiologie. HRV houdt bijvoorbeeld verband met emotionele opwinding. Er is gevonden dat hoogfrequente (HF) activiteit afneemt onder omstandigheden van acute tijdsdruk en emotionele spanning en een verhoogde angsttoestand, vermoedelijk gerelateerd aan gerichte aandacht en motorische remming. Er is aangetoond dat de HRV afneemt bij personen die aangeven zich meer zorgen te maken.

De HRV is een manier om weer te geven wat de invloed van zowel het parasympathische zenuwstelsel als het sympathische zenuwstelsel is. Vanuit de psychologie gaat het om het evenwicht tussen deze twee invloeden. Een hoge HRV zorgt bijvoorbeeld voor een goede emotieregulatie, besluitvorming en aandacht, en een lage HRV geeft het tegenovergestelde aan. Het parasympathische zenuwstelsel werkt om de hartslag te verlagen, terwijl het Centrale Zenuwstelsel werkt om de hartslag te verhogen. Iemand met een hoge HRV kan dus bijvoorbeeld een verhoogde parasympathische activiteit weerspiegelen, en iemand met een lage HRV kan een verhoogde sympathische activiteit weerspiegelen.

Heart rate variability

HRV heeft inzicht gegeven in de fysiologische componenten die verband houden met emotionele regulatie. Er is aangetoond dat HRV de emotionele regulatie op twee verschillende niveaus weerspiegelt, tijdens het rusten en tijdens het voltooien van een taak. Uit onderzoek blijkt dat een persoon met een hogere HRV in rust geschiktere emotionele reacties kan geven dan iemand met een lage HRV in rust.
Bovendien heeft HRV de rol van aandacht en prestaties kunnen vastleggen, waardoor een hoge HRV wordt ondersteund als biomarker voor verhoogde aandacht en prestaties. Zowel emotie als aandacht kunnen licht werpen op de manier waarop HRV wordt gebruikt als index voor besluitvorming.

is het meten van spierspanning. Een verhoogde spierspanning leidt vaak tot klachten. Door de spierspanning te meten en zichtbaar te maken op een computerscherm of op een andere manier herkenbaar te maken, wordt inzicht gegeven wanneer de spier gespannen of ontspannen is. Voor de nauwkeurigheid dient een sensor op een spier geplakt te worden of door spierweefsel geklemd te worden.

Het effect van spanning, geconcentreerd nadenken, de hoofdhouding, de stand van de schouders, de zithouding, etc. is direct zichtbaar. Maar ook het spierweefsel in de bekkenbodem kan gemeten worden en dus getraind worden. Het uiteindelijk doel is dat de cliënt zijn eigen lichaamssignalen leert herkennen en bewust controleren. In eerste instantie met behulp van de myofeedback apparatuur, later ook zonder apparatuur.

Myofeedback kan onder ander ingezet worden bij de volgende aandoeningen?

  • Hoofdpijn
  • Temporo-mandibulaire dysfuncties (kaakproblematiek)
  • Chronische pijn
  • KANS (Klachten van armen, nek en schouders)
  • RSI
  • Bekkeninstabiliteit
  • Incontinentie
  • Verhoogde spierspanning in het algemeen

Door gebruikmaking van verschillende apparatuur en sensoren zullen meestal niet alle klachten bij dezelfde therapeut behandeld kunnen worden.

is de meting van de elektrische geleiding van de huid. Tijdens stress stijgen huidgeleiding en transpiratie en worden deze meer variabel. Huidgeleiding weerspiegelt het niveau van psychologische of fysiologische opwinding, veroorzaakt door cognitie of emoties.

Momenteel wordt er steeds vaker gebruik gemaakt van de EDA-sensor in smartwatches en fit bit apparaatjes. Hierbij kun je de handpalm over de smartwatch plaatsen waarna het apparaat kleine elektrische veranderingen in de hoeveelheid zweet op de huid detecteert.

(Foto met dank aan MindMedia)

 

 

Temperatuurmeting

geeft een verschuiving in de bloedstroom aan. Dit kan via de temperatuur aan de handen en voeten gemeten worden. Het geeft met name de verandering in de perifere temperatuur aan in de uiteinden van de vingers. Hoe hoger de temperatuurwaarde, des te minder de bloedvaten zijn samengetrokken, des te meer ontspanning. Bij stress en spanning zullen de haarvaten in de vingers vernauwen waardoor er minder bloed stroomt en de vingers vanzelf kouder zullen worden. Dit is via een scherm of ander meetinstrument te volgen en door middel van training te beïnvloeden.

(Foto met dank aan MindMedia)